zondag 22 juli 2012

Cliffs of Moher

We rijden Galway uit. Voor de eerste keer ontvouwt zich een echt Iers landschap zoals je het in de reisgidsen en op internet vind. Rechts van ons ligt een vredig meer, geen beweging in te zien. De ochtendzon doet de grasvelden erachter glinsteren. De witte huizen met rode daken glimmen mee. Het steilere gras blijft donker. Daarboven de kilometers brede heuvels die afgerond plaats maken voor een licht wolkendek. Helaas buigen we af en komen in een ander landschap. In plaats van meren zijn hier de klassieke stenen muurtjes en koeien. In souvenirwinkeltjes verkopen ze allerlei dingen met schapen, maar ik heb hier nog maar heel weinig schapen zien grazen. In Schotland, daar struikel je over de schapen. Hier niet.

Na anderhalf uur rijden en flink wat heuvels komen we bij de Cliffs of Moher. Een steile rotswand van zo’n honderdtwintig meter hoog en acht kilometer lang. Langs het korte deel, rechts van de parkeerplaats, staat nog een hek op de rand. Op dat moment ben je daar blij mee.
Noordpunt van de Cliffs of Moher
Het zou toch onverantwoordelijk zijn om alle toeristen langs de rand van de afgrond te laten lopen, denk je dan. Niet dus. De rechterkant is kort, de echte actie zit links. Ook daar nog even een muurtje, maar dat houdt snel op. Ik sta op een stenen plateau en durf niet verder dan twee meter van de rand te staan. Ik kijk enigszins beangstigt naar beneden. Stel je voor dat je eroverheen valt..

De angst verdwijnt snel. Ik ben echt geen held in dit soort dingen, maar nu even wel. We zijn hier nu toch, alle remmen los. Natuurlijk, je neemt geen belachelijke risico’s en je bent constant op je hoede, maar ik heb geen zin in angsthazerij. Ik ga niet drie uur met mijn hand aan de reling lopen en niet naar beneden kijken.

Aan de ene kant een breed landschap met veel water, af en toe een dorpje en vooral gras. Met koeien uiteraard. Rechts van ons de afgrond. Soms is er een paar meter over, soms niet meer dan (pak hem beet) vijftig centimeter. Moet je bij iedere stap nadenken hoe je je voet neerzet? Nee, er ligt een prima pad. Om de paar minuten maak je een foto, je denkt steeds een mooier beeld te krijgen. Na drie uur komen we bij het eindpunt, een fort dat we al die tijd als richtpunt gezien hebben. Hier eindigt het land en begint de Atlantische oceaan.

Een beetje schuin onder deze laatste punt ligt nog een stuk land. Hier komen te meeste toeristen niet, die liggen languit in het gras uit te rusten. Ik loop er met een volle blaas heen en zoek en afgelegen stukje. Helemaal de enige ben ik niet, er zit een één oude man. Hij rookt rustig zijn pijp op en kijkt afwezig naar de oceaan. Ik loop even de bocht om een leeg mijn blaas. Teruglopen naar boven doe ik nog niet. Ik ga ook in het gras zitten. Links de oude man op het gras, linksvoor nog een rotspunt en verder is er alleen maar water. Mooier wordt het niet.

vrijdag 20 juli 2012

Regen in Dublin

De regen valt als in een televisieserie; recht naar beneden. Wij zitten binnen, in een pub in Temple Bar, de uitgaansbuurt van Dublin. Buiten lopen de mensen met paraplu’s en regenpakken. Sommigen sprinten om zo snel mogelijk thuis te komen, anderen doen rustig aan en genieten van de omgeving.  Tegenover ons zit een treurige snackbar, Bruno’s, voor een snelle Ierse hap.

Binnen spelen twee muzikanten, de één gitaar en de ander harmonica. De volksliedjes zijn prachtig en zorgen samen met het glas Guinness voor mijn neus voor de echte Ierse sfeer. Guinness is pikzwart bier waarvan het schuim maar heel langzaam verdwijnt. Dat houdt het bier ‘levend’, maar er blijft onderin een laagje schuim over dat niet te drinken is. Als obers zo’n glas zien laten ze het staan. Het lijkt alsof je het op moeten drinken. Na drie keer voorbijlopen geeft de ober het op. Hij neemt het maar mee. Toeristen, moet hij denken.

Temple Bar, overdag
Buiten blijft het regenen. Zo nu en dan staat er een groepje rokers onder het afdakje van de pub. Lang houden ze het stilstaan nooit vol. Alhoewel het niet koud is komen ze snel weer binnen of lopen verder. Achter me zie ik de klassieke en, volgens mij, meest beroemde pub van Temple Bar. Een glimmend rood gebouw met een zwarte gevel met in gele letters ‘The Temple Bar’. Door de regen glimt het meer dan anders.

We praten wat, spelen Pocket Soccer (een verslavend voetbalspelletje op de telefoon) of zijn aan het kaarten. Morgen staat er weer een lange dag op het programma, om kwart over twaalf houden we het voor gezien. Bruno’s heeft de hoop opgegeven en de deuren gesloten.

Het is inmiddels droog. De kasseien glinsteren op de weg. Overal lopen groepjes lachende mensen. De sfeer is uitstekend. Geen enkel spoor van agressie. Na een kwartiertje komen we in ons hostel aan. Het bleef droog, maar het zou ieder moment weer kunnen gaan regenen. Veel Ierser kun je het niet krijgen.

maandag 21 mei 2012

Wat een dag

Wat een dag. De afgelopen jaren ben ik hier weleens geweest in mei of juni en het was altijd mooi weer. Nu ook. Een thermometer hadden we niet in de buurt, maar het zal zeker 25 graden zijn geweest. We gingen rond twee uur naar de St. Elizabethkirche voor ons filmpje. Binnen in de kerk was het heerlijk koel, maar buiten was het warm. Voor we met de metro naar het centrum gingen, móesten we wat drinken. Even wat Apfelschorle drinken en een broodje eten. Bij het station zit dan zo’n lekker Duits winkeltje met Kuchen, chococroissant en belegde broodjes. Och, dat heb ik af en toe nodig. Een echt stuk Kuchen. Oké, dat croissantje was ‘m nog niet helemaal, maar morgen doe ik het. Of bij oma of in de stad: een echt stuk Kuchen.

Dan loop ik even later de trappen op bij het Brandenburger Tor en zie ik dat machtige bouwwerk. De warmte komt weer op me af en het liefst zou ik weer naar binnen gaan. Maar serieus, met het Brandenburger Tor op steenworpafstand pieker ik er niet over. Magistraal is het. Van kinds af aan kom ik er en ik zal er blijven komen. Bij elk bezoek van langer dan drie dagen hoort het Brandenburger Tor. En als ik binnenkort een spiegelreflexcamera heb kan ik eindelijk die echt goede foto maken. Een waar hij recht en in het midden op staat.

Dan door naar het Holocaustmonument. Dat blijft ook indrukwekkend. Sommigen zullen het vast een simpele hoop stenen vinden, maar ik vind het mooi. Of ja, mooi. Indrukwekkend, dat is het juiste woord. Daar doorheen lopen doet met elke keer denken aan wat er in deze stad (en de rest van Europa) gebeurd is 70 jaar geleden. Het museum eronder al helemaal. Een van de mooiste musea in Berlijn, echt waar. Zij weten met een beperkt aantal ruimtes een heel goed en duidelijk verhaal neer te zetten. De mooiste ruimte is die met brieven van mensen uit de concentratiekampen. Brieven van of aan hun familie. Brieven over de gruwelijkheden die ze hebben meegemaakt in de kampen. Werkelijk hartverscheurende verhalen

Het liep tegen zessen en we hadden allemaal wel genoeg gelopen. Tijd voor een terrasje, we zaten aan het monument. Ergens vreemd, maar het is nu eenmaal zo. Daar hebben we avond gegeten en het was heerlijk. Bratkartoffeln met Kassler en Apfelschorle. Een heerlijke Duitse maaltijd, een lekker stuk vlees met lekker gebakken aardappeltjes met ui. Daar kan ik echt van genieten. Ik hou van deze stad.

Wil je meer lezen over onze ervaringen in Berlijn, check www.berlinerkulturschock.wordpress.com


maandag 7 mei 2012

Praag

2012 is een even jaar en het is begin mei, dus ik was in Praag.  Hûh? Ik leg het uit: De Paaskerk in Oss heeft een gemeentecontact met een gemeente in Praag. Elke twee jaar reist een groep van ons van ongeveer dertig man naar Praag om die gemeente een paar dagen te bezoeken. Het ene jaar gaan wij die kant op, het andere jaar komen de Tsjechen hier heen. En geloof me: dat zijn, samen met de bezoeken aan oma in Berlijn, en Kerst een van de mooiste dagen van het jaar.

Het programma van zo'n bezoek ziet eigenlijk altijd hetzelfde uit. Donderdagmiddag aankomst in de kerk, ‘s avonds met z’n allen naar een kroeg. (Tsjechisch bier is trouwens stukken lekkerder dan Nederlands bier) Vrijdagochtend een stadswandeling, ´s middags vrij. ´s Avonds hebben de volwassenen een discussie, wij ‘kinderen’ gaan voetballen. Eigenlijk gaan we op elk vrij moment voetballen, kom ik later op terug. Zaterdag dan de hele dag een excursie naar een kasteel of een lange boswandeling of allebei, kan van alles zijn. Zondagochtend de gezamenlijke kerkdienst, daarna is het officiële programma voorbij. Sommigen rijden dan naar huis, anderen blijven nog even of reizen door. Maar waar het hetzelfde lijkt, is het altijd weer anders en zie je nieuwe dingen. Ook de Tsjechen komen weleens op voor hun nieuwe plekken. We waren vrijdag in een park waar mijn vader nog nooit was geweest. En hij heeft een jaar in Praag gewoond.  

Karelsbrug over de Moldau (van Wikipedia)

Praag is een fantastische stad. Mooier dan Berlijn. Nou, vooral anders dan Berlijn. Praag is in de oorlog niet gebombardeerd, dus het oude centrum ziet eruit zoals het er al weet ik hoe lang uit ziet. Het centrum is gebouwd voor mensen met paard en wagen. Je kunt uren wandelen en maar twee, hooguit drie drukke autostraten over te steken. Alleen dat al is geweldig. Combineer dat met een paar hele mooie uitzichten,de Karelsbrug, een onwijs gezellige groep Nederlanders en 20 graden met zonneschijn: Perfect.   

Voetballen dus, dat is ook perfect. Op elk vrij moment voetballen we. Na het eten, voetballen, tijdens de discussie, voetballen, na de dienst, voetballen. We doen het al jaren, en we zullen het nog jaren doen, hoe oud we ook worden. Tsjechen en Nederlanders samen. Een totaal andere afkomst, leeftijd en ander land, maar gezamenlijk sporten.
Iedere keer gaat er een kleine Messi mee, prachtig om die te zien spelen.  Tien jaar oud, dubbele schaar, panna en hij speelt ons studenten voorbij. Ook dat maakt het zo mooi.  

Echt, het voetbal is leuk, de mensen zijn leuk en de stad is zo ontzettend mooi.. Waar ik over twee jaar woon weet ik niet, maar één ding weet ik wel: Ik ga weer mee naar Praag. 

zaterdag 7 april 2012

Hel

De bijnaam van De Ronde van Vlaanderen is De Hoogmis. Daar hoort mooi weer bij. Parijs-Roubaix heet De Hel van het Noorden. Dan moet het stormen. Het moet waaien. regenen, bij voorkeur een wolkbreuk die van twaalf tot half vijf in de middag duurt. Een graad of acht is voldoende. Dan komen de echt helden boven drijven. Diegene die als eerste over de streep komt in het Velodrome van Roubaix verdient eeuwige roem. De laatste Nederlander die er won was Servais Knaven, in 2001. Wat me daar het meest van is bijgebleven, zijn de foto's van Knaven, helemaal onder het stof, zand en de modder. Zo hoort het. Vies moet je zijn. (Dit jaar mag na de finish de zon doorbreken; het is Pasen.)

Een aantal elementen staan centraal tijdens Parijs- Roubaix. Een ervan is het weer, het bekendste en beruchtste element is algemeen bekend: kasseien. Drastisch en dramatisch, zo werden ze vanavond bij Langs de Lijn genoemd. En volkomen terecht. Kasseien zijn verschrikkelijk. Je fiets valt voor je gevoel uit elkaar, je dunne bandjes stuiteren alle kanten op en je armen trillen als een gek. Er zijn, zoals het een echte klassieker betaamt, legendarische kasseienstroken. Neem het bos van Wallers. Veel te ver van de meet om beslissend te zijn, maar onvoorstelbaar zwaar. Het peloton zal hier zonder twijfel uiteen schuren. Johan Museeuw brak er in 1998 zijn knieschijf, het koste hem bijna zijn carrière. Maar niet alleen het bos is zwaar, het is de combinatie van al die stroken kinderkopjes. Vorig jaar verloor Kurt Arvesen zijn zadel bij een valpartij. De ploegleiderwagen kon niet bij hem komen en hij moest staand door. 20 kilometer hield de Sky-renner het nog vol. Daarna moest hij opgeven, zijn rug kon het niet meer aan. Wilfried de Jong probeerde het ook in zijn programma over Parijs-Roubaix. Niet te doen.

En waar de Amstel Gold Race de Cauberg heeft als finishstraat, heeft Parijs-Roubaix het Velodrome. Een wielerbaan waar de doodvermoeide renners nog anderhalve ronde moeten vechten. Het ene jaar is het een ereronde, het andere jaar een slopende sprint. De winnaar krijgt een steen. Een echte kassei. Een mooiere prijs kan er niet op de schoorsteenmantel staan.
Vlak voor het Velodrome ligt nog één kasseistrook, maar geen echte. Eentje voor de show. Om de renners zich eraan te laten herinneren wat ze ook alweer doorstaan hebben die dag. Een dat is niet niks.

Roger de Vlaeminck is recordhouder, hij won hem vier keer. Tom Boonen kan morgen ook zijn vierde zege pakken. Ik geef hem een hele goede kans. Of zou Niki Terpstra misschien…

maandag 12 maart 2012

Topcompetitie

De Eredivisie is gewoon een hele leuke competitie. Zo, dat is eruit. Oké, het niveau is soms bedroevend laag, vooral verdedigend, maar de spanning die daardoor ontstaat is geweldig. 25 speelronden gehad (nog negen te gaan) en zes ploegen maken nog kans op de titel. Zes ploegen, dat is ontzettend veel. Ik heb eens opgezocht hoe het precies in de andere grote Europese competities gaat: in Duitsland staat Dortmund aan de leiding, Bayern München nog niet kansloos. In Engeland gaat het tussen Manchester City en United, in Frankrijk tussen Paris SG en Montpellier. In Italë gaan AC Milan en Juventus het waarschijnlijk uitmaken, in Spanje wint Real gewoon en in Portugal zijn er nog drie in de race, Porto, Benfica en Braga. Om even duidelijk te maken hoe leuk het bij ons is.

Iedereen kan van iedereen winnen - en verliezen. Mooi, ook dat cliché is gebruikt. Maar het klopt gewoon. Ajax was een paar weken terug volstrekt kansloos voor de titel, ze staan nu tweede. Twente wint de ene week met 2-6 van PSV, verliest daarna met 1-3 van NEC. AZ was winterkampioen, maar laat het toch te vaak liggen om de titel te winnen. Heerenveen kampioen? Dat klinkt toch ook weer niet heel serieus. Net als Feyenoord trouwens, veel te wisselvallig. En wat PSV aan het doen is? Afgelopen zomer Wijnaldum, Mertens, Strootman en Matavz gehaald, vooraf gebombardeerd tot ‘de grote titelfavoriet’, maar ze laten het liggen. Zoals gezegd 2-6 verloren van Twente, afgelopen weekend weer 3-1 tegen NAC verloren. Normaal gesproken doe je dan niet meer mee, maar in deze competitie, dit jaar in het bijzonder, dus wel.

En dat maakt het zo leuk. Je hebt gewoon zin om het te volgen. De laatste jaren is het sowieso in Nederland al enorm spannend aan het eind. Tussen 2007 en 2011 is de competitie vier keer op de laatste speeldag beslist. Leuk toch? Dat zijn ook lekkere kijkcijfers voor Eredivisie Live, Studio Sport en VI. Zo’n competitie als in Spanje, nou, daar was het een maand geleden al beslist. Weinig meer aan. (En keihard spel, altijd weer.) Gistermiddag waren we een middagje bij familie, dan kan ik het niet live op de radio volgen. Dan pak ik elke twintig minuten mijn telefoon om even te kijken hoe het overal staat. En ook dan is het onwijs spannend. Hé pap: ‘PSV met tien man, 2-1 achter. Feyenoord eindigt 1-1. Twente verliest van NEC. AZ nog steeds 0-0, begin tweede helft.’

Het is gewoon ontzettend leuk. Nog 9 speelronden genieten. Topcompetitie.

vrijdag 24 februari 2012

Je bent er stil van

Daar zit je dan, achter die tafel, als hoofd van het trauma-ic. Een vertaler naast je, twintig microfoons voor je neus. Op een blaadje staat het geschreven. Prins Johan Friso; ernstige hersenbeschadiging. Hij komt misschien nooit meer bij bewustzijn. Nooit meer. Die woorden: nooit meer. 

Het doet pijn. Het doet pijn en je bent er stil van. Je weet even niet meer waar je het zoeken moet. Er waren een aantal scenario’s mogelijk, maar dit was wel het ergst denkbare. Er leek hier en daar wat hoop te komen. Het leek beter te gaan, maar nee. Een hartstilstand van vijftig minuten is te veel. Te lang. En dan een MRI-scan waaruit blijkt dat je ernstig hersenletsel hebt…

Friso heeft een vrouw, prinses Mabel en twee kleine kinderen van zes en zeven jaar oud. Kun je het je voorstellen; als kind van zeven horen dat je vader misschien nooit meer de oude wordt. Dat je nooit meer met je vader kan spelen, kan eten, kan lachen. Onvoorstelbaar.   

Laten we nu even geen kritiek hebben op de berichtgeving. Doen we over een paar maanden wel, dan kijken we wel wat er beter had gekund, wat de volgende keer beter moet. Nu doen we dat niet.

We zijn er stil van. Ik ga een kaarsje opsteken.

woensdag 8 februari 2012

Dit is de enige juiste beslissing

Een betere beslissing hadden ze niet kunnen nemen. Echt niet, dit was de enige juiste. Als het ijs niet dik genoeg is, moet je geen Elfstedentocht willen houden. Dat hadden ze de duizenden rijders en miljoenen bezoekers niet kunnen aandoen. Ze maakten echt de juiste keuze. Geen Elfstedentocht voorlopig. (Wel ontzettend jammer natuurlijk.)
Wiebe Wieling tijdens de persconferentie

Maar de manier waarop, die persconferentie zeg. Alle politici, voetbaltrainers, spelers en bestuurders moeten die beelden zien en analyseren. Dit was een perfecte persconferentie. Wiebe Wieling, voorzitter van de vereniging De Friese Elfsteden, krijgt het woord en zegt direct wat iedereen wil weten. Hij draait er niet omheen, zegt wat hij wil zeggen in duidelijke zinnen. "Dames en heren, ik heb geen goed nieuws." Het is nu al even traumatisch als de foute wissel van Sven Kramer en de kans van Robben in Johannesburg.

Dat deed Wieling de laatste dagen sowieso goed, op vragen gewoon direct antwoorden. Als iemand van Nieuwsuur vraagt hoe dik het ijs op de Fluessen is, antwoordt hij meteen: “10 centimeter goed ijs”. Iemand als Verhagen of Opstelten zou zeggen ‘dat dat nog niet helemaal duidelijk is en dat het onder de huidige omstandigheden niet bekend kan worden gemaakt'. En als een journalist van Omrop Fryslân iets in het Fries vraagt, herhaalt hij de vraag in het Nederlands, geeft dan antwoordt in het Fries en nog eens in het Nederlands. Met die paar zinnen Fries op de landelijke televisie heeft hij Friesland al meer gepromoot dan Moordvrouw ooit zal doen. Uitstekend!

Dat hyperige van de laatste dagen maakt niks uit. Normaal is een mediahype verschrikkelijk vervelend, maar nu niet. Dit is folklore, trots. Friese trots. En dat alle journaals, kranten en radio-uitzendingen er drie dagen lang mee openen; het zij zo. Dit hebben we jarenlang niet meegemaakt. Een paar jaar teug dachten we zelfs dat er nooit meer een tocht zou komen door de opwarming van de aarde. Dat denken we gelukkig al een paar jaar niet meer, we waren nu heel dichtbij.

En ja, de NOS ging te lang door met de persconferentie. Ze hadden eerder naar het ‘gewone’ nieuws moeten terugschakelen. Maar ook dat maakt vandaag niet uit. Dit was een uitzondering, vandaag mocht het, dit was wel zo bijzonder.
Bij RTL zijn ze nog wanhopiger trouwens, jonge jonge. Die hebben meer dan een uur over iets gepraat, dat niet komt. Frits Wester, Albert Verlinde en Gert Jakobs (die ze weer eens uit zijn hol gesleept hebben omdat ie zo lekker simpel is) praten over niks. Achter de tafel zitten tientallen mensen chagrijnig te wezen. Die mensen willen weg, naar huis. Ze dachten een leuke avond te krijgen met een aanstaande Elfstedentocht, nu moeten ze naar het gelul van Gert Jakobs en Albert Verlinde luisteren. Dat is normaal al oersaai, maar nu al helemaal.

Ach, wat ze bij RTL doen moeten ze ook zelf weten, ik kijk er gewoon niet naar. Ik ga voetbal kijken: Stuttgart-Bayern, DFB Pokal. En ik hoop op strenge vorst. Strenge vorst. En een nieuwe persconferentie.                                                                                                                          

donderdag 19 januari 2012

Maarten van der Weijden, held

Je ligt eruit. Eeuwig zonde. Ik liep naar mijn kamer en heb je boek weer eens uit de kast gepakt. Je kale hoofd, zo half onder water op de kaft. Je ogen kijken me aan. Ze klampen zich vast aan mijn ogen. Ze laten niet los.

Je bent een held. Je bent een absolute held. Ik had me er zo op verheugd, jij in Wie is de Mol?. Ik hoopte dat je in de finale zou komen en dat je dan zou winnen.
Het mocht niet zo zijn. Aflevering 3, daar stopt voor jou het spel. Veel te vroeg.

Veel te vroeg. Waar heb je dat eerder gehoord? In 2001 kreeg je kanker. Je beschrijft het op een fenomenale wijze in je boek, Beter. Een geweldig boek, waarin je precies je visie op de ziekte én het zwemmen uitlegt. Een hele boeiende visie. Een eigen visie. Ik kan het boek echt aan iedereen aanraden. Schitterend.

Mensen denken vast weleens: Oh, die Maarten van der Weijden had kanker en won daarna hele mooie wedstrijden. Net als Lance Armstrong dus.
Nee. Niet dus. Jij en Lance Armstrong kijken van een totaal andere kant tegen kanker en de rest van het leven aan. Armstrong gelooft in vechten, er keihard voor knokken. Jij niet. Jij gelooft in de wiskunde. ‘Hoe groot is de kans dat…’, dat is jouw manier. Zo keek je ook tegen Wie is de Mol? aan. Theoretisch, door kansberekening.
(Jij en Armstrong hadden in jullie ziekte trouwens één ding gemeen: alles willen weten. Heel veel vragen stellen aan de artsen en verpleegsters. Dat hoort vast bij een topsporter.)

Dat je de mol niet was, dat had ik al snel door. En waarom? Een mol zet een typetje neer. Milouska was in 2006 de naïeve kandidate, Inge in Thailand de hardwerkende kandidate, Dennis was de vriend van iedereen in Mexico.
Jij was gewoon jezelf. Gewoon je eigen wiskundige zelf. Dat doet een mol niet.
Je was ook rete fanatiek. Die fanatieke kandidaten, diegenen die het spel het best kennen zijn ook nooit de mol en nooit de winnaar, kijk maar: Sander de Heer, Toine van Peperstraten, Menno Bentveld, Joris Linssen, Dennis Storm, Anna Drijver. Jij hoort vanaf vanavond in dit illustere rijtje. Het lijstje van winnaars is mooi, maar dit rijtje ook. Hier mag je ook trots op zijn. Heel trots zelfs.

Je ging de strijd aan tegen kanker, later tegen Thomas Lurz en David Davies in Beijing. Beide keren won je. Van de Mol verloor je. Wat geeft het. Die andere twee zijn veel meer waard.

donderdag 12 januari 2012

Mart Smeets: gepassioneerd, niet gepensioneerd

Heb je dat parcours van de Vuelta gezien, man, dat wordt vuurwerk. Tien aankomsten bergop, zoiets durven ze in de Tour al jaren niet meer. Van de drie grote rondes zorgt de Vuelta zorgt voor het meeste spektakel. Dat schrijft Mart Smeets in zijn boeken weleens, hij zegt dat die ronde in Nederland veel te…

Mart Smeets. Gisteren werd hij 65, de pensioengerechtigde leeftijd. Maar hij wil niet met pensioen. Pensioen is voor mensen die niet meer willen werken. Mensen die willen werken en kwaliteit leveren moeten blijven werken. Heeft ie al vaak gezegd, ‘de Mart’. En gelijk heeft ie. Als hij er plezier in heeft, moet hij blijven presenteren.
 
Ik heb zes van zijn boeken in m’n kast staan, allemaal sportverhalen. Het mooiste boek is Passie, verhalen uit veertig jaar in de sportjournalistiek. Alleen de titel past al perfect bij hem: passie. Hij schrijft geweldig over de achtergrond van de sport, je wordt helemaal meegesleurd in zijn verhalen. Verhalen over Arie Selinger, ‘De Kneet’, zijn bezoek bij Jan van Beveren, misschien we de beste keeper die ‘we’ ooit hebben gehad. Mag ik dat zeggen? Ja, dat mag ik zeggen. (Sorry, ik kon het niet laten.)

Anyway, zijn boeken, daar had ik het over. Passie is dus mooi, De Lance-factor is ook een geweldig boek. Smeets weet in dat boek alle belangrijke zaken uit het leven van Lance Armstrong uit te lichten en er zijn eigen ervaringen tussen te plaatsen op een manier die je raakt. Armstrong, wel of geen doping? Hij geeft geen oordeel. Hij zet alle feiten onder elkaar, op een hele boeiende manier.
Hij schrijft met emotie. Zijn mooiste verhaal is, als je het mij vraagt, het verhaal over de dood van wielercommentator en vriend Jean Nelissen. Het staat in Top. (2010) Dat verhaal is met zo veel gevoel en passie geschreven. Heel bijzonder om te lezen, ook voor de zoveelste keer.  

Is hij arrogant? Ach, wie is het niet. Ik kan van mezelf niet zeggen dat ik het niet ben. Hij presenteert op zijn eigen manier, op de manier waarvan hij denkt dat het goed is. Op de manier zoals hij het van Bob Spaak geleerd heeft. En daar houd je van, of je houd er niet van. Ik houd ervan.

Echt, Mart Smeets mag nog jarenlang televisie blijven maken. Nog jarenlang de Avondetappe presenteren en nog jarenlang afsluiten met een goed glas wijn op de klanken van Dalida.

Chapeau Mart!

maandag 9 januari 2012

Malle Noren, Koning Kramer

Malle Noren, ze denken dat ze Sven Kramer zijn titel kunnen afpakken. Ha, het idee alleen al. Die woorden kunnen niet eens fatsoenlijk in één zin, ‘Kramer’ en ‘titel afpakken’. Nee, kansloze zaak. Kramer won zoals het Kramer betaamt: koninklijk.

Voor het toernooi duwde hij zichzelf in de underdogrol, zei dat-ie niet echt  tot de favorieten behoorde. Ik denk dat hij zelf wel beter wist. Hoe lager de verwachtingen, hoe mooier het resultaat. Oké, zijn 500m was niet goed, en ja, hij verloor er al achttiende seconde op Blokhuijsen, maar dan moeten er nog drie afstanden gereden worden. Op de 5000m declasseerde hij Verweij in een direct gevecht, zondag op de 1500 deed hij hetzelfde met Blokhuijsen. Twee handen op de rug op het rechte eind, dan voel je je oersterk. Wat nou underdog? Topfavoriet.

Op de 10 km even 1.12 seconde goed maken op Blokhuijsen. Vreemd eigenlijk, zaterdag na de 5000m zei Blokhuijsen dat zijn 10 wel beter is dan die van Kramer, maar na de 1500 was Kramer opeens toch favoriet. Terwijl Kramer dezelfde achterstand had.
Ach, Kramer won de tien kilometer zoals hij dat altijd doet. Afwachten, als zijn tegenstander aanvalt meteen pareren en er dan zelf overheen knallen. Zorgen dat de ander alleen zijn kuiten nog ziet.
Sven Kramer pakt goud op EK Allround
Van: bet.nl
Triomfantelijk kwam hij over de finish. Hij wees naar de tribune, volgens Sebastiaan Timmerman naar Erben Wennemars, zijn oud-ploeggenoot. Met een trap naar voren kwam hij over de streep. Niet heel handig, maar ach, wie zou er een probleem van maken? De Noren dus. Die grepen snel naar het reglementenboek. Maar zelf moeten ze toch geweten hebben dat dit geen kickfinish was. Dachten ze werkelijk dat Kramer sneller wilde zijn? Kom nou! Kramer lag er een jaar uit met een mysterieuze blessure, heeft keihard geknokt, kwam terug, en heeft een titel, waar hij 19 maanden op moest wachten. Laat die jongen ook gewoon zijn enthousiasme en emoties uiten.

Wat ik dan wel weer vreemd vind, is waarom Blokhuijsen niet is gediskwalificeerd. Nederlandse prestaties zijn leuk, daar niet van, maar regels zijn nou eenmaal regels, dat hebben we zo afgesproken. In 2009 is Fabris wel uit het EK gehaald door het overschrijden van de lijn. En als Bøkko zoiets gedaan had, dan hadden we toch wel een diskwalificatie willen zien? Zeker als een Nederlander achter hem in het klassement had gestaan.

Nee, dit is niet echt goed voor de schaatssport. Het feit dat Kramer terug op zijn troon zit wel. Heel goed zelfs!