zaterdag 7 april 2012

Hel

De bijnaam van De Ronde van Vlaanderen is De Hoogmis. Daar hoort mooi weer bij. Parijs-Roubaix heet De Hel van het Noorden. Dan moet het stormen. Het moet waaien. regenen, bij voorkeur een wolkbreuk die van twaalf tot half vijf in de middag duurt. Een graad of acht is voldoende. Dan komen de echt helden boven drijven. Diegene die als eerste over de streep komt in het Velodrome van Roubaix verdient eeuwige roem. De laatste Nederlander die er won was Servais Knaven, in 2001. Wat me daar het meest van is bijgebleven, zijn de foto's van Knaven, helemaal onder het stof, zand en de modder. Zo hoort het. Vies moet je zijn. (Dit jaar mag na de finish de zon doorbreken; het is Pasen.)

Een aantal elementen staan centraal tijdens Parijs- Roubaix. Een ervan is het weer, het bekendste en beruchtste element is algemeen bekend: kasseien. Drastisch en dramatisch, zo werden ze vanavond bij Langs de Lijn genoemd. En volkomen terecht. Kasseien zijn verschrikkelijk. Je fiets valt voor je gevoel uit elkaar, je dunne bandjes stuiteren alle kanten op en je armen trillen als een gek. Er zijn, zoals het een echte klassieker betaamt, legendarische kasseienstroken. Neem het bos van Wallers. Veel te ver van de meet om beslissend te zijn, maar onvoorstelbaar zwaar. Het peloton zal hier zonder twijfel uiteen schuren. Johan Museeuw brak er in 1998 zijn knieschijf, het koste hem bijna zijn carrière. Maar niet alleen het bos is zwaar, het is de combinatie van al die stroken kinderkopjes. Vorig jaar verloor Kurt Arvesen zijn zadel bij een valpartij. De ploegleiderwagen kon niet bij hem komen en hij moest staand door. 20 kilometer hield de Sky-renner het nog vol. Daarna moest hij opgeven, zijn rug kon het niet meer aan. Wilfried de Jong probeerde het ook in zijn programma over Parijs-Roubaix. Niet te doen.

En waar de Amstel Gold Race de Cauberg heeft als finishstraat, heeft Parijs-Roubaix het Velodrome. Een wielerbaan waar de doodvermoeide renners nog anderhalve ronde moeten vechten. Het ene jaar is het een ereronde, het andere jaar een slopende sprint. De winnaar krijgt een steen. Een echte kassei. Een mooiere prijs kan er niet op de schoorsteenmantel staan.
Vlak voor het Velodrome ligt nog één kasseistrook, maar geen echte. Eentje voor de show. Om de renners zich eraan te laten herinneren wat ze ook alweer doorstaan hebben die dag. Een dat is niet niks.

Roger de Vlaeminck is recordhouder, hij won hem vier keer. Tom Boonen kan morgen ook zijn vierde zege pakken. Ik geef hem een hele goede kans. Of zou Niki Terpstra misschien…