zondag 22 juli 2012

Cliffs of Moher

We rijden Galway uit. Voor de eerste keer ontvouwt zich een echt Iers landschap zoals je het in de reisgidsen en op internet vind. Rechts van ons ligt een vredig meer, geen beweging in te zien. De ochtendzon doet de grasvelden erachter glinsteren. De witte huizen met rode daken glimmen mee. Het steilere gras blijft donker. Daarboven de kilometers brede heuvels die afgerond plaats maken voor een licht wolkendek. Helaas buigen we af en komen in een ander landschap. In plaats van meren zijn hier de klassieke stenen muurtjes en koeien. In souvenirwinkeltjes verkopen ze allerlei dingen met schapen, maar ik heb hier nog maar heel weinig schapen zien grazen. In Schotland, daar struikel je over de schapen. Hier niet.

Na anderhalf uur rijden en flink wat heuvels komen we bij de Cliffs of Moher. Een steile rotswand van zo’n honderdtwintig meter hoog en acht kilometer lang. Langs het korte deel, rechts van de parkeerplaats, staat nog een hek op de rand. Op dat moment ben je daar blij mee.
Noordpunt van de Cliffs of Moher
Het zou toch onverantwoordelijk zijn om alle toeristen langs de rand van de afgrond te laten lopen, denk je dan. Niet dus. De rechterkant is kort, de echte actie zit links. Ook daar nog even een muurtje, maar dat houdt snel op. Ik sta op een stenen plateau en durf niet verder dan twee meter van de rand te staan. Ik kijk enigszins beangstigt naar beneden. Stel je voor dat je eroverheen valt..

De angst verdwijnt snel. Ik ben echt geen held in dit soort dingen, maar nu even wel. We zijn hier nu toch, alle remmen los. Natuurlijk, je neemt geen belachelijke risico’s en je bent constant op je hoede, maar ik heb geen zin in angsthazerij. Ik ga niet drie uur met mijn hand aan de reling lopen en niet naar beneden kijken.

Aan de ene kant een breed landschap met veel water, af en toe een dorpje en vooral gras. Met koeien uiteraard. Rechts van ons de afgrond. Soms is er een paar meter over, soms niet meer dan (pak hem beet) vijftig centimeter. Moet je bij iedere stap nadenken hoe je je voet neerzet? Nee, er ligt een prima pad. Om de paar minuten maak je een foto, je denkt steeds een mooier beeld te krijgen. Na drie uur komen we bij het eindpunt, een fort dat we al die tijd als richtpunt gezien hebben. Hier eindigt het land en begint de Atlantische oceaan.

Een beetje schuin onder deze laatste punt ligt nog een stuk land. Hier komen te meeste toeristen niet, die liggen languit in het gras uit te rusten. Ik loop er met een volle blaas heen en zoek en afgelegen stukje. Helemaal de enige ben ik niet, er zit een één oude man. Hij rookt rustig zijn pijp op en kijkt afwezig naar de oceaan. Ik loop even de bocht om een leeg mijn blaas. Teruglopen naar boven doe ik nog niet. Ik ga ook in het gras zitten. Links de oude man op het gras, linksvoor nog een rotspunt en verder is er alleen maar water. Mooier wordt het niet.

vrijdag 20 juli 2012

Regen in Dublin

De regen valt als in een televisieserie; recht naar beneden. Wij zitten binnen, in een pub in Temple Bar, de uitgaansbuurt van Dublin. Buiten lopen de mensen met paraplu’s en regenpakken. Sommigen sprinten om zo snel mogelijk thuis te komen, anderen doen rustig aan en genieten van de omgeving.  Tegenover ons zit een treurige snackbar, Bruno’s, voor een snelle Ierse hap.

Binnen spelen twee muzikanten, de één gitaar en de ander harmonica. De volksliedjes zijn prachtig en zorgen samen met het glas Guinness voor mijn neus voor de echte Ierse sfeer. Guinness is pikzwart bier waarvan het schuim maar heel langzaam verdwijnt. Dat houdt het bier ‘levend’, maar er blijft onderin een laagje schuim over dat niet te drinken is. Als obers zo’n glas zien laten ze het staan. Het lijkt alsof je het op moeten drinken. Na drie keer voorbijlopen geeft de ober het op. Hij neemt het maar mee. Toeristen, moet hij denken.

Temple Bar, overdag
Buiten blijft het regenen. Zo nu en dan staat er een groepje rokers onder het afdakje van de pub. Lang houden ze het stilstaan nooit vol. Alhoewel het niet koud is komen ze snel weer binnen of lopen verder. Achter me zie ik de klassieke en, volgens mij, meest beroemde pub van Temple Bar. Een glimmend rood gebouw met een zwarte gevel met in gele letters ‘The Temple Bar’. Door de regen glimt het meer dan anders.

We praten wat, spelen Pocket Soccer (een verslavend voetbalspelletje op de telefoon) of zijn aan het kaarten. Morgen staat er weer een lange dag op het programma, om kwart over twaalf houden we het voor gezien. Bruno’s heeft de hoop opgegeven en de deuren gesloten.

Het is inmiddels droog. De kasseien glinsteren op de weg. Overal lopen groepjes lachende mensen. De sfeer is uitstekend. Geen enkel spoor van agressie. Na een kwartiertje komen we in ons hostel aan. Het bleef droog, maar het zou ieder moment weer kunnen gaan regenen. Veel Ierser kun je het niet krijgen.

maandag 21 mei 2012

Wat een dag

Wat een dag. De afgelopen jaren ben ik hier weleens geweest in mei of juni en het was altijd mooi weer. Nu ook. Een thermometer hadden we niet in de buurt, maar het zal zeker 25 graden zijn geweest. We gingen rond twee uur naar de St. Elizabethkirche voor ons filmpje. Binnen in de kerk was het heerlijk koel, maar buiten was het warm. Voor we met de metro naar het centrum gingen, móesten we wat drinken. Even wat Apfelschorle drinken en een broodje eten. Bij het station zit dan zo’n lekker Duits winkeltje met Kuchen, chococroissant en belegde broodjes. Och, dat heb ik af en toe nodig. Een echt stuk Kuchen. Oké, dat croissantje was ‘m nog niet helemaal, maar morgen doe ik het. Of bij oma of in de stad: een echt stuk Kuchen.

Dan loop ik even later de trappen op bij het Brandenburger Tor en zie ik dat machtige bouwwerk. De warmte komt weer op me af en het liefst zou ik weer naar binnen gaan. Maar serieus, met het Brandenburger Tor op steenworpafstand pieker ik er niet over. Magistraal is het. Van kinds af aan kom ik er en ik zal er blijven komen. Bij elk bezoek van langer dan drie dagen hoort het Brandenburger Tor. En als ik binnenkort een spiegelreflexcamera heb kan ik eindelijk die echt goede foto maken. Een waar hij recht en in het midden op staat.

Dan door naar het Holocaustmonument. Dat blijft ook indrukwekkend. Sommigen zullen het vast een simpele hoop stenen vinden, maar ik vind het mooi. Of ja, mooi. Indrukwekkend, dat is het juiste woord. Daar doorheen lopen doet met elke keer denken aan wat er in deze stad (en de rest van Europa) gebeurd is 70 jaar geleden. Het museum eronder al helemaal. Een van de mooiste musea in Berlijn, echt waar. Zij weten met een beperkt aantal ruimtes een heel goed en duidelijk verhaal neer te zetten. De mooiste ruimte is die met brieven van mensen uit de concentratiekampen. Brieven van of aan hun familie. Brieven over de gruwelijkheden die ze hebben meegemaakt in de kampen. Werkelijk hartverscheurende verhalen

Het liep tegen zessen en we hadden allemaal wel genoeg gelopen. Tijd voor een terrasje, we zaten aan het monument. Ergens vreemd, maar het is nu eenmaal zo. Daar hebben we avond gegeten en het was heerlijk. Bratkartoffeln met Kassler en Apfelschorle. Een heerlijke Duitse maaltijd, een lekker stuk vlees met lekker gebakken aardappeltjes met ui. Daar kan ik echt van genieten. Ik hou van deze stad.

Wil je meer lezen over onze ervaringen in Berlijn, check www.berlinerkulturschock.wordpress.com


maandag 7 mei 2012

Praag

2012 is een even jaar en het is begin mei, dus ik was in Praag.  Hûh? Ik leg het uit: De Paaskerk in Oss heeft een gemeentecontact met een gemeente in Praag. Elke twee jaar reist een groep van ons van ongeveer dertig man naar Praag om die gemeente een paar dagen te bezoeken. Het ene jaar gaan wij die kant op, het andere jaar komen de Tsjechen hier heen. En geloof me: dat zijn, samen met de bezoeken aan oma in Berlijn, en Kerst een van de mooiste dagen van het jaar.

Het programma van zo'n bezoek ziet eigenlijk altijd hetzelfde uit. Donderdagmiddag aankomst in de kerk, ‘s avonds met z’n allen naar een kroeg. (Tsjechisch bier is trouwens stukken lekkerder dan Nederlands bier) Vrijdagochtend een stadswandeling, ´s middags vrij. ´s Avonds hebben de volwassenen een discussie, wij ‘kinderen’ gaan voetballen. Eigenlijk gaan we op elk vrij moment voetballen, kom ik later op terug. Zaterdag dan de hele dag een excursie naar een kasteel of een lange boswandeling of allebei, kan van alles zijn. Zondagochtend de gezamenlijke kerkdienst, daarna is het officiële programma voorbij. Sommigen rijden dan naar huis, anderen blijven nog even of reizen door. Maar waar het hetzelfde lijkt, is het altijd weer anders en zie je nieuwe dingen. Ook de Tsjechen komen weleens op voor hun nieuwe plekken. We waren vrijdag in een park waar mijn vader nog nooit was geweest. En hij heeft een jaar in Praag gewoond.  

Karelsbrug over de Moldau (van Wikipedia)

Praag is een fantastische stad. Mooier dan Berlijn. Nou, vooral anders dan Berlijn. Praag is in de oorlog niet gebombardeerd, dus het oude centrum ziet eruit zoals het er al weet ik hoe lang uit ziet. Het centrum is gebouwd voor mensen met paard en wagen. Je kunt uren wandelen en maar twee, hooguit drie drukke autostraten over te steken. Alleen dat al is geweldig. Combineer dat met een paar hele mooie uitzichten,de Karelsbrug, een onwijs gezellige groep Nederlanders en 20 graden met zonneschijn: Perfect.   

Voetballen dus, dat is ook perfect. Op elk vrij moment voetballen we. Na het eten, voetballen, tijdens de discussie, voetballen, na de dienst, voetballen. We doen het al jaren, en we zullen het nog jaren doen, hoe oud we ook worden. Tsjechen en Nederlanders samen. Een totaal andere afkomst, leeftijd en ander land, maar gezamenlijk sporten.
Iedere keer gaat er een kleine Messi mee, prachtig om die te zien spelen.  Tien jaar oud, dubbele schaar, panna en hij speelt ons studenten voorbij. Ook dat maakt het zo mooi.  

Echt, het voetbal is leuk, de mensen zijn leuk en de stad is zo ontzettend mooi.. Waar ik over twee jaar woon weet ik niet, maar één ding weet ik wel: Ik ga weer mee naar Praag. 

zaterdag 7 april 2012

Hel

De bijnaam van De Ronde van Vlaanderen is De Hoogmis. Daar hoort mooi weer bij. Parijs-Roubaix heet De Hel van het Noorden. Dan moet het stormen. Het moet waaien. regenen, bij voorkeur een wolkbreuk die van twaalf tot half vijf in de middag duurt. Een graad of acht is voldoende. Dan komen de echt helden boven drijven. Diegene die als eerste over de streep komt in het Velodrome van Roubaix verdient eeuwige roem. De laatste Nederlander die er won was Servais Knaven, in 2001. Wat me daar het meest van is bijgebleven, zijn de foto's van Knaven, helemaal onder het stof, zand en de modder. Zo hoort het. Vies moet je zijn. (Dit jaar mag na de finish de zon doorbreken; het is Pasen.)

Een aantal elementen staan centraal tijdens Parijs- Roubaix. Een ervan is het weer, het bekendste en beruchtste element is algemeen bekend: kasseien. Drastisch en dramatisch, zo werden ze vanavond bij Langs de Lijn genoemd. En volkomen terecht. Kasseien zijn verschrikkelijk. Je fiets valt voor je gevoel uit elkaar, je dunne bandjes stuiteren alle kanten op en je armen trillen als een gek. Er zijn, zoals het een echte klassieker betaamt, legendarische kasseienstroken. Neem het bos van Wallers. Veel te ver van de meet om beslissend te zijn, maar onvoorstelbaar zwaar. Het peloton zal hier zonder twijfel uiteen schuren. Johan Museeuw brak er in 1998 zijn knieschijf, het koste hem bijna zijn carrière. Maar niet alleen het bos is zwaar, het is de combinatie van al die stroken kinderkopjes. Vorig jaar verloor Kurt Arvesen zijn zadel bij een valpartij. De ploegleiderwagen kon niet bij hem komen en hij moest staand door. 20 kilometer hield de Sky-renner het nog vol. Daarna moest hij opgeven, zijn rug kon het niet meer aan. Wilfried de Jong probeerde het ook in zijn programma over Parijs-Roubaix. Niet te doen.

En waar de Amstel Gold Race de Cauberg heeft als finishstraat, heeft Parijs-Roubaix het Velodrome. Een wielerbaan waar de doodvermoeide renners nog anderhalve ronde moeten vechten. Het ene jaar is het een ereronde, het andere jaar een slopende sprint. De winnaar krijgt een steen. Een echte kassei. Een mooiere prijs kan er niet op de schoorsteenmantel staan.
Vlak voor het Velodrome ligt nog één kasseistrook, maar geen echte. Eentje voor de show. Om de renners zich eraan te laten herinneren wat ze ook alweer doorstaan hebben die dag. Een dat is niet niks.

Roger de Vlaeminck is recordhouder, hij won hem vier keer. Tom Boonen kan morgen ook zijn vierde zege pakken. Ik geef hem een hele goede kans. Of zou Niki Terpstra misschien…

maandag 12 maart 2012

Topcompetitie

De Eredivisie is gewoon een hele leuke competitie. Zo, dat is eruit. Oké, het niveau is soms bedroevend laag, vooral verdedigend, maar de spanning die daardoor ontstaat is geweldig. 25 speelronden gehad (nog negen te gaan) en zes ploegen maken nog kans op de titel. Zes ploegen, dat is ontzettend veel. Ik heb eens opgezocht hoe het precies in de andere grote Europese competities gaat: in Duitsland staat Dortmund aan de leiding, Bayern München nog niet kansloos. In Engeland gaat het tussen Manchester City en United, in Frankrijk tussen Paris SG en Montpellier. In Italë gaan AC Milan en Juventus het waarschijnlijk uitmaken, in Spanje wint Real gewoon en in Portugal zijn er nog drie in de race, Porto, Benfica en Braga. Om even duidelijk te maken hoe leuk het bij ons is.

Iedereen kan van iedereen winnen - en verliezen. Mooi, ook dat cliché is gebruikt. Maar het klopt gewoon. Ajax was een paar weken terug volstrekt kansloos voor de titel, ze staan nu tweede. Twente wint de ene week met 2-6 van PSV, verliest daarna met 1-3 van NEC. AZ was winterkampioen, maar laat het toch te vaak liggen om de titel te winnen. Heerenveen kampioen? Dat klinkt toch ook weer niet heel serieus. Net als Feyenoord trouwens, veel te wisselvallig. En wat PSV aan het doen is? Afgelopen zomer Wijnaldum, Mertens, Strootman en Matavz gehaald, vooraf gebombardeerd tot ‘de grote titelfavoriet’, maar ze laten het liggen. Zoals gezegd 2-6 verloren van Twente, afgelopen weekend weer 3-1 tegen NAC verloren. Normaal gesproken doe je dan niet meer mee, maar in deze competitie, dit jaar in het bijzonder, dus wel.

En dat maakt het zo leuk. Je hebt gewoon zin om het te volgen. De laatste jaren is het sowieso in Nederland al enorm spannend aan het eind. Tussen 2007 en 2011 is de competitie vier keer op de laatste speeldag beslist. Leuk toch? Dat zijn ook lekkere kijkcijfers voor Eredivisie Live, Studio Sport en VI. Zo’n competitie als in Spanje, nou, daar was het een maand geleden al beslist. Weinig meer aan. (En keihard spel, altijd weer.) Gistermiddag waren we een middagje bij familie, dan kan ik het niet live op de radio volgen. Dan pak ik elke twintig minuten mijn telefoon om even te kijken hoe het overal staat. En ook dan is het onwijs spannend. Hé pap: ‘PSV met tien man, 2-1 achter. Feyenoord eindigt 1-1. Twente verliest van NEC. AZ nog steeds 0-0, begin tweede helft.’

Het is gewoon ontzettend leuk. Nog 9 speelronden genieten. Topcompetitie.

vrijdag 24 februari 2012

Je bent er stil van

Daar zit je dan, achter die tafel, als hoofd van het trauma-ic. Een vertaler naast je, twintig microfoons voor je neus. Op een blaadje staat het geschreven. Prins Johan Friso; ernstige hersenbeschadiging. Hij komt misschien nooit meer bij bewustzijn. Nooit meer. Die woorden: nooit meer. 

Het doet pijn. Het doet pijn en je bent er stil van. Je weet even niet meer waar je het zoeken moet. Er waren een aantal scenario’s mogelijk, maar dit was wel het ergst denkbare. Er leek hier en daar wat hoop te komen. Het leek beter te gaan, maar nee. Een hartstilstand van vijftig minuten is te veel. Te lang. En dan een MRI-scan waaruit blijkt dat je ernstig hersenletsel hebt…

Friso heeft een vrouw, prinses Mabel en twee kleine kinderen van zes en zeven jaar oud. Kun je het je voorstellen; als kind van zeven horen dat je vader misschien nooit meer de oude wordt. Dat je nooit meer met je vader kan spelen, kan eten, kan lachen. Onvoorstelbaar.   

Laten we nu even geen kritiek hebben op de berichtgeving. Doen we over een paar maanden wel, dan kijken we wel wat er beter had gekund, wat de volgende keer beter moet. Nu doen we dat niet.

We zijn er stil van. Ik ga een kaarsje opsteken.