vrijdag 28 oktober 2011

S7 nach Potsdam

Wanneer we vanuit Marzahn naar de stad gaan pakken we altijd de S-Bahn. Rood-gele treinen die boven de grond rijden en om de paar minuten stoppen. We rijden vaak tot aan Hauptbahnhof. (of stappen eerder uit.) Idioot als ik ben weet ik ondertussen dat het tot ‘Berlin HBF’ 14 haltes zijn. (Marzahn meegerekend).

In Marzahn stap je altijd in de S7, die uit Ahrensfelde komt en naar Potsdam gaat. De eerste haltes zijn Poelschaustraße, Springpfhul en Friedrichsfelde Ost. Die zijn niet zo spectaculair. De volgende, Lichtenberg, al meer. Daar vandaan rijden landelijke treinen en daar staan mooie oude treinen uit de DDR die niet meer gebruikt worden. Daarna gaat het via Nöldnerplatz naar Ostkreuz.

Ostkreuz is een mooi oud station met klassieke klinkertjes op het perron. Het ligt op de S-Bahnring. Op die ring liggen o.a ook Westkreuz, Südkreuz en … Gesundbrunnen?! Vraag niet waarom.
We gaan verder naar Warschauer Straße. Daar komt de Fernsehturm langzaam in zicht. Er  wordt trouwens echt al jaren gebouwd. Ostbahnhof volgt, ook een nationaal station. Toen we een paar jaar geleden wel eens met de trein kwamen stapten we daar altijd uit, opa haalde ons daar dan op.

Hierna komt Jannowitzbrücke. Niet heel spannend, de Fersehturm komt wel steeds dichterbij. Dan wordt het leuk: Alexanderplatz. Op dit station is een heerlijke crêpeszaak en ijssalon. Op het plein staan de Fernsehturm en de Weltzeituhr. Zo als de naam zegt, een klok met de tijden van vele plaatsen op aarde. Bij de ingang staan ook altijd  Bradwurstverkopers en er staat een mooi winkelcentrum bij, Alexa.

We gaan verder naar Hackescher Markt, wat vroeger Marx-Engelsplatz heette. Karl Marx en Friedrich Engels zijn bedenkers van het communisme. We zijn dus nog in het oude oosten. Maar niet lang meer, het laatste station van het vroegere Oost-Berlijn komt nu, Friedrichstraße. Hier zwaaide mijn moeder mijn vader altijd uit als hij weer naar Nederland ging. Dat je hier tegenwoordig gewoon door kan rijden, is voor veel Berlijners nog steeds bijzonder.

We gaan naar het laatste station van deze reis, Hauptbahnhof. Een prachtig modern station met 5 etages aan sporen en enorm veel winkels: Souvenirwinkels, kledingwinkels en vooral eetzaken. Van deze eetzaken zijn de bakkers het leukst. De ‘Kuchen’ die je overal kunt krijgen is heerlijk om langs te lopen en omwijs lekker om te halen. Smullen maar! 

dinsdag 25 oktober 2011

Marzahn

Berlijn is voor mij een hele bijzondere stad, dit is de 32e keer dat ik er ben. Eigenlijk moet ik Marzahn schrijven, het stadsdeel waar mijn oma woont. Het ligt in het noordoosten en behoorde vroeger, toen de muur er nog stond tot Oost-Berlijn, het deel ‘van de Russen’.
Het is een wijk die ietwat troosteloos overkomt, de mensen zijn wat somber, leven misschien nog voor hun gevoel in de DDR. Er staan grote ‘DDR flats’ en de wegen en meeste gebouwen zien er net zo uit als in Praag en Roemenië; typisch Oost-Europees.

Sinds een jaar of wat staat er een nieuw winkelcentrum, Eastgate. Een mooi groot centrum waar we altijd wel shoppen en vooral ‘einkaufen machen’ voor oma. Er is bijna elk soort winkel (behalve een echte sportzaak) en er hang altijd een gezellige, typisch Duitse sfeer.

Mijn oma woont al haar hele leven hier in Marzahn. Haar ouders hadden een bakkerij die na de oorlog is gestopt. Ze woonde met mijn opa tot 2006 in dat grote, oude huis. Toen ze merkten dat het te groot voor ze werd hebben ze op een stuk land erachter (bezit van mijn moeder, lang verhaal) een nieuw huis gebouwd. Er hangt dezelfde gezellige en ‘gemüdliche’ sfeer als in het oude huis.

De sfeer, de geur en de spullen betekenen veel voor me. De klassieke grote klok met zijn typische gong bijvoorbeeld, en de ‘eierkocher’ waar ik als kind altijd mee speelde. Het familieboek waar mijn opa alle verjaardagen in bijhield (hij is in februari van dit jaar overleden) en de ‘Kaffee mit Kuchen’ elke dag rond half 5 horen voor mij echt bij de dagen van het jaar die we hier zijn.

In de tuin tussen het huis van mijn oma en dat van mijn oom staat een stalen constructie met een basket, een soort van doel en een schommel. Elke keer, ook nu nog, schommel ik daar. Ook als zeventienjarige student nog af en toe en dan kijk ik naar de lucht, naar het huis en de bomen. Ik denk aan wat ik er heb meegemaakt en denk aan de toekomst.
Kon het maar blijven zoals het altijd is (was)…

Maar de tijd staat hier niet stil, en toch gaat hij niet zo snel als thuis. Hij kiest zijn eigen tempo. In sommige gevallen gaat hij in een paar maanden 10 jaar vooruit, in andere blijft hij jaren staan. Heerlijk.

zaterdag 22 oktober 2011

Het is maar een televisieprijs

Tja. Het leek dan toch te gaan lukken. Een mooi optreden bij De Wereld Draait Door, de deelnemers voor volgend jaar officieel bekend gemaakt, die nieuwe ‘trailer’ laten zien.
Zelfs Sinterklaas gunde ze de ring.

Het mocht allemaal niet baten. Wie is de Mol? heeft de Televizier Ring weer niet gewonnen. En dat is jammer. Felicitaties aan Voetbal International.

Maar daar moeten we het dan ook bij laten. Er zijn toch veel belangrijkere dingen in de wereld dan de verkiezing van de Televizier Ring. In Libië zijn ze na 42 jaar(!) een dictator kwijt, de NAVO heeft zijn mandaat wellicht overschreden, opstanden in Jemen en Syrië de Euro moet gered worden, landen dreigen failliet te gaan. En wij hebben het over een televisieprijs.

Allemaal leuk hoor, die ring, die avond in Carré. Ik zou er ook wel eens willen zijn, daar niet van. Maar laten we dit vanmiddag weer vergeten, het er maandag (na de vakantie) in het rondje nieuws heel even over hebben en dan weer overgaan op de orde van de dag. En volgend jaar, ergens in oktober, weer één avond ‘in de ban’ zijn van de Televizier Ring. Een avond. Niet langer.

Eh, nou, nog één dingetje dan, een oproep aan de AVRO: Zend Wie is de Mol? later in het jaar uit of verplaats het gala naar april. Dan leeft het programma in het land. En winnen ze zeker!

vrijdag 21 oktober 2011

Gouden Ring

Het is weer tijd voor het Televizierring Gala. Ik hoef niet te trainen en ik ben niet op vakantie dus ik kan hem weer eens kijken, heerlijk. En ik hoef me niet eens druk te maken om wie de ring wint, want dat maakt me dit jaar niks uit. Alle drie de programma’s mogen winnen van mij.

Ja, zelfs Voetbal International. Afgelopen jaar had ik nog een pesthekel aan dat programma, dat slappe geouwehoer met de platte René en zuurpruim Johan, bah. Maar ik ben dat leren waarderen. René heeft veel verstand van voetbal, hij is niet alleen maar een clown. Hij heeft het daarom ook weleens moeilijk met zichzelf, dat vertelde Johan Derksen in Kwestie van Kiezen, waar hij openhartig over zichzelf, René, voetbal, en muziek vertelde. Ik heb respect voor beide mannen. Ze zien in dat voetbal niet het belangrijkste in het leven is, verre van zelfs. Het is leuk om over te praten, maar er is meer. Ik gun het ze, alleen al daarom.

Tja, The Voice of Holland. Het is onwijs knap hoe RTL toch weer een succesvolle talentenjacht heeft weten te bedenken. Vorig jaar was het een hit en nu, in seizoen 2, heeft het programma weer miljoenen kijkers. Maar kijkcijfers winnen niet altijd, kijk naar Boer zoekt Vrouw. Toch geef ik The Voice een goede kans, ze weten precies hoe ze iedereen in beeld moeten brengen, dat maakt het zo leuk om naar te kijken. Z´on succesprogramma, het zou me niks verbazen.

Als je het hebt over een succesprogramma: Wie is de Mol?. Al 11 jaar lang een enorm succes, hét onderwerp in de pauzes op school, 10 weken lang. Iedereen ziet weer iets anders, iedereen heeft een andere theorie. En het is, bijna altijd, diegene van wie je het niet verwacht. (Bij mij tenminste…) De spanning bij elke executie weer, ze winnen die gouden ring toch wel dit jaar?!

Nee, ik vrees van niet. (Ja, ik heb toch een lichte voorkeur voor Wie is de Mol) Het is te lang geleden. Januari tot maart, dat is te ver van oktober af. De Mol leeft niet nu, niemand heeft het erover ‘op straat’. De andere twee genomineerden hebben veel meer aandacht, die lopen nu volop.

Ik voorspel: The Voice wint.
En Johan Derksen wint de zilveren ster. Ook al komt hij niet.

woensdag 5 oktober 2011

Desmond Tutu, 80.

“Religion is morally neutral like, say, a knife. When you use it to cut sandwiches, then a knife is a good thing; but if you use it to stick in someone’s guts, then it is a bad thing.”
Zomaar een van de uitspraken van Desmond Tutu, aartsbisschop van Zuid-Afrika.

Desmond Tutu is een held. Een van de belangrijkste voorvechters in de strijd tegen de apartheid in Zuid-Afrika, waar hij in 1984 de Nobelprijs voor de Vrede voor kreeg.
In 1995 werd hij voorzitter van de waarheids- en verzoeningcommissie. Een commissie met grote doelstellingen: De grove mensenrechtenschendingen tijdens de apartheid aan het licht brengen, de daders amnestie verlenen (vergeven) en de slachtoffers in hun waarde herstellen.  (met dank aan Wikipedia en de Rough Guide Zuid-Afrika)

Tutu zei eens: "Beter dan gerechtigheid in de vorm van vergelding is gerechtigheid die tot verzoening leidt". Prachtig. Vergeven wat de ander deed en samen verder leven. Het is onwijs knap dat Tutu dit heeft gedaan. De blanken hebben hem en ‘zijn mensen’ jarenlang onderdrukt en dan ze dan toch vergeven. Daardoor is Zuid-Afrika geworden wat het nu is. Een land met nog steeds problemen, maar waar zwart en blank mét elkaar kunnen leven, in plaats van naast elkaar.

Aanstaande vrijdag wordt hij 80, Desmond Tutu. Voor zijn verjaardag heeft hij de Dalai Lama uitgenodigd, de spiritueel leider van Tibet. De Dalai Lama, nog zo iemand die de ander iets kan vergeven.

Maar hij mag niet komen, de Zuid-Afrikaanse regering heeft hem zijn visum geweigerd. En wel hierom: Zuid-Afrika heeft goede economische contacten met China. En China moet niets van de Dalai Lama hebben. Als Zuid-Afrika de Tibetaan toelaat, staat die contacten op scherp, en dat zou niet gunstig zijn voor de economie van het Afrikaanse land.

Verschrikkelijk. Ik kan het niet zo mooi zeggen als Jan Mulder, maar ik bedoel hetzelfde. Desmond Tutu en de Dalai Lama zijn mensen die de wereld verder kunnen helpen, gewoon menselijk, door te praten. Mensen die anderen kunnen insprieren.  Dat de handelsrelaties belangrijker zijn dan contact tussen mensen is, tja, hoe zal ik het noemen? Dramatisch. (op z’n Mulders, dan hè)

Tutu noemde de regering in deze zaak erger dan de apartheidsregering. En dat is nogal wat. Gaat hij hierin te ver? Nou, misschien, maar eigenlijk ik vind van niet. Het niet toelaten van een vriend van een van je grootste inwoners om economische redenen is onmogelijk. Zeker als die vriend de Dalai Lama is.

Maar laten we de regering dit over een tijdje ook vergeven, zoals Desmond Tutu ook in de deed in de commissie. Maar nu nog niet. Nu is het nog te erg. De Dalai Lama weigeren, poeh.

(Ik had eigenlijk een, soort van, column over de verjaardagskwestie van Tutu willen schrijven, het is meer een ode aan de beste man geworden. Ik laat het zo.)

maandag 3 oktober 2011

Subway

Van de zomer was ik in New York, met mijn vader en opa. En in New York is alles groter en gaat alles sneller. Zo ook het bestellen van een broodje. We liepen van  Ground Zero naar Wall Street en ergens onderweg zagen we een Subway. Het was lunchtijd dus ach, waarom niet.

Toen we binnenkwamen was het druk. Heel druk. New Yorks druk. Ik probeerde te begrijpen hoe je zo’n broodje moest bestellen, dat had ik nog nooit eerder gedaan  en ik kreeg dat toch aardig in de gaten. Dacht ik. Toen we aan de beurt waren ging het natuurlijk toch net iets te snel, zoals alles in de VS. ´What kindda bread do you want, Swiss or Italian?’, vroeg de man met een rauwe Amerikaanse stem. ‘Eh eh, Swiss please’, stamelde ik. Waarom weet ik niet, vind Zwitserland mooier dan Italië, daarom misschien.  

Daarna moet je in een halve seconde de ‘normaalste’ kaas en ham uitzoeken zoeken en aanwijzen. Even pauze en tijd voor de groente, en dat gaat het weer. Hup, in sneltreinvaart 3, 4 groentes uitzoeken, de mayonaise aanwijzen en betalen. ‘Next please!’
Maar het was heerlijk!

Van de week in Tilburg was  ik weer in een Subway. Eerst helemaal niet van plan om wat te halen, maar de geur en sfeer deden me denk aan New York en zo kreeg ik toch opeens honger. Zo ben ik dan wel weer.

Wat is dat relaxed zeg, in Nederland. Je kunt in alle rust kijken wat voor soort brood je wil, welk formaat, welke soort kaas, kip of ham. Ze vragen zelfs of je hem warm moeten maken, wat een service! Lekker wat groente uitzoeken, wat kruiden. Alleen jammer dat ze er teveel mayonaise opgooien, maar dat doen ze overal, dus ach.

Ja, ik ben een fan geworden . Als ik nog eens in New York ben, ga ik weer naar een Subway en zal ik voorbereid zijn. Hoe snel ze alles ook willen weten, ik zorg dat ik net zo snel antwoord. En dat ik daarna weer net kan genieten als toen. Heerlijk!