Ergens half september begint het, ik zoek op internet data van het NK Afstanden. Hopelijk al het laatste weekend van oktober, weekje later mag ook. En dan verder zoeken: hoeveel word cups zijn er, waar en wanneer zijn de grote toernooien, wordt er in Noord-Amerika gereden, wat wordt er verreden in Thialf, dat soort vragen.
Op de site van de ISU de wereldrecords maar weer eens opzoeken. ‘Goh, da’s ook al oud, of, oh ja, mooie race was dat’, altijd weer leuk om te zien. Daar staat ook altijd al waar de grote toernooien de komende jaren verreden worden. Heb ik nog niks aan, zal ik vast vergeten, maar toch wil ik het gewoon gezien hebben.
De week voor het NK komt de schaatssfeer langzaam los: de schaatsspecial van de NUsport komt uit, er staan interviews in de krant, de kalender van dit seizoen en de samenstelling van de ploegen erbij , er komen filmpjes op nos.nl, de favorieten zeggen dat ze er zin in hebben, pushen zichzelf in de favorietenrol of vinden zich juist de underdog. Het is allemaal leuk om te zien en te lezen, maar het is wachten op vrijdag, tot een uur of 4, 5. Kijken in de omroepgids hoe laat de NOS begint op Nederland 1.
Dan wordt het vrijdag. ’s Ochtends even naar teletekstpagina 224 om te kijken of de tijd ik die eerder zag klopt. Ja? Mooi zo.
Ik kom thuis uit school. Ik maak een mok warme chocolademelk, pak wat chocoladepepernoten (mits het november is), ga op de poef zitten, recht voor de tv op zo’n 2 meter en zet Nederland 1 aan. Even nog wat interviews en sfeerbeelden uit Thialf en dan komen de verlossende woorden: Naar de start. Klaar?
Een schot en ze zijn vertrokken.
We zijn begonnen!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten